Klas 5 in januari 1972. Voorste rij v.l.n.r.: Henk Bakker, Martin van Weerdenburg, Marian Stricker. 2e rij: Yvonne Schumacher, Astrid Sol, Tine Bakker, Ineke Bakker, Ria Mulder, Els Bakker. 3e rij: Hans Kessen ('Peukie'), Anja Mulder, Marjan Berg, Karin Schreurs, Joke Meekel. 4e rij: Yvonne Kessen, Petra Egberts, Jan van Weerdenburg ('Hossie'), Kees Vork, Gerard Scheunhage, Ronald Duba, Pieter Stricker, Bert Haakman. Achterin: ikzelf en Tieke Waagemans (juf tot de kerstvakantie). Afwezig: Bert Nijman. 

 

Na twee weken kerstvakantie begon de school in het nieuwe jaar 1972 weer op donderdag 6 januari. Door het teruggelopen leerlingenaantal moesten we nu verder met 5 in plaats van met 6 leerkrachten. Ik nam daarom klas 5 van collega Tieke over en zij ging de combinatieklas 2+3 draaien. Zo eindigde mijn 3e deel van de serie 'Mijn start als 'schoolmeester in 1971'. Mijn 3e klas met zijn 20 leerlingen ruilde ik in voor de 5e klas met 23 leerlingen. En dat betekende na 5 maanden, dus midden in het schooljaar, een nieuwe start in een nieuwe klas.

Broer en zus

De teleurstelling bij mijn 3e klasleerlingen was duidelijk van hun gezichten af te lezen, toen ik vlak voor de kerstvakantie de wisseling van de wacht bekend maakte. Ik wist mijn 20 leerlingen nog te vertellen dat ik toch nog een beetje in hun familie bleef, omdat precies de helft van de 3e klas een broer of zus in de 5e klas had. Zo te zien blijkt twee jaar leeftijdsverschil een goede garantie om daar kans op te maken.

Jongste zoon

Daarnaast was er nóg een bijzonderheid qua leerlingenpopulatie in mijn nieuwe klas. De jongste zoon van het schoolhoofd zat namelijk als leerling in de 5e klas. Zowel vader Gerard als zoon Bert hanteerden de stilzwijgende afspraak om vertrouwelijk met deze situatie om te gaan. Er is dan ook nooit iets gebeurd dat vader, zoon of mij in dit opzicht in verlegenheid heeft gebracht. Waarschijnlijk kwam dit ook, omdat zijn 4 oudere zusters dezelfde situatie ook al hadden meegemaakt.

Samen met zijn vader was Bert elke morgen al ruim vóór schooltijd op school om zijn vader te assisteren, o.a. met het openen van de toiletraampjes en het rondbrengen van de schoolmelk. 

Spreekbeurten

Aan het begin van deze eerste ochtend maakte ik aan de hand van de leerlingenlijst kennis met alle 23 leerlingen, waarna de lessen volgden zoals deze voor de rest van de ochtend op het rooster stonden. In de kerstvakantie had ik het plan opgevat om in mijn nieuwe klas te starten met spreekbeurten, iets wat deze kinderen nog nooit hadden gedaan. Als beginnend leerkracht wist ik vanuit de opleiding hoe belangrijk het is dat een kind iets voor de klas onder woorden kan brengen en daarbij tevens een stuk schroom probeert te overwinnen. Dit nu was mijn kans om het geleerde in praktijk te brengen, juist omdat deze leerlingen daar nog helemaal geen ervaring mee hadden...

Ik had een overzicht gemaakt met tips hoe de spreekbeurt er uit moest zien en vervolgens een lijst van data opgesteld waarop elk kind kon intekenen. Ook vertelde ik dat het houden van een spreekbeurt best wel eng kon wezen, omdat iedereen je aanstaart en dat het dus belangrijk is dat je als toehoorder helemaal niet reageert, zolang de spreker aan het woord is. Na afloop van elke spreekbeurt kon de klas over het onderwerp vragen stellen die de spreker dan moest beantwoorden. En tenslotte volgde dan een nabespreking waarbij ik samen met de klas alle aandachtspunten naliep: het onderwerp, de verstaanbaarheid, de snelheid van spreken, het beantwoorden van de vragen uit de klas, etc.

Omdat dit alles voor mijn 5e klassers helemaal nieuw was, liet ik de kinderen alle aandachtspunten opschrijven met de bedoeling om dit overzicht mee naar huis te nemen ter voorbereiding op hun spreekbeurt. De week daarop zouden de spreekbeurten starten waarbij elke maandag en donderdag er twee aan de beurt zouden komen. Dit was niet alleen spannend voor de kinderen, maar óók voor mij, omdat ik koste wat kost wilde bereiken dat het met alle interactie tussen de leerlingen meteen goed zou verlopen, want het was voor deze klas beslist een experiment. Een week later nam ik vlak voor de eerste spreekbeurt nog even alle afspraken met de klas door. Vervolgens hielden de eerste twee leerlingen hun spreekbeurt, volgens mijn op zolder bewaarde agenda Kees en Petra. Gelukkig verliep alles vlekkeloos tot en met de nabespreking en de beoordeling. 

Erkenning

Een week na de eerste spreekbeurten volgde opeens een verrassende ervaring. Enkele zesdeklassers, die eens per week in de middagpauze de Engelse les bij mij volgden, vertelden mij dat ook het schoolhoofd onlangs spreekbeurten in hun klas had ingevoerd. Ze lieten mij het schema zien dat zij daarbij voor hun voorbereiding moesten gebruiken. Dat bleek exact dezelfde tekst te zijn die ik de eerste dag na de kerstvakantie door mijn leerlingen liet noteren. Hoe het lijntje in dit opzicht gelopen moest hebben, was mij meteen duidelijk. Maar bovenal ervoer ik het als een vorm van erkenning. Inwendig kon ik mij geen groter compliment wensen...!

 

Links: het in 1991 afgebroken gebouw met linksonder de 2 ramen van klas 5. Midden: aan het eind links van de trap het lokaal van klas 5. Rechts: de andere kant van de gang.

 

Nieuw meubilair in een oud lokaal

Mijn lokaal van de 5e klas was naast de trap op de begane grond in het oude gebouw uit 1914. Hier geen centrale verwarming, maar een oliekachel, een houten vloer, hoge wanden tot 5 meter met ouderwetse vaste kasten tegen de achtermuur. Daarentegen was het wél de enige klas van de school met een pas aangeschaft in de hoogte verschuifbaar schoolbord en gloednieuw schoolmeubilair: losse tafeltjes en stoelen, een eigentijds bureau voor de leerkracht en een grote groepstafel. De opstelling was in carrévorm: een dubbele U-opstelling met de groepstafel en mijn bureau in het midden. De uiterst eigentijdse inrichting stak echter schril af bij het oude meubilair in alle andere lokalen: twee klassen met nog de rijen van ouderwetse vaste tweepersoonsbanken, twee klassen met losse tweepersoonstafels en de 6e klas met losse tafels en stoelen van de opgeheven v.g.l.o.-school. Behalve het hypermoderne meubilair erfde ik van mijn voorgangster ook het aquarium dat in de maanden ervoor de belangstelling van de hele school trok, omdat de vissen er een nest in hadden gebouwd dat jonkies opleverde. Dat betekende dus op tijd voeren, schoonmaken en ervoor zorgen dat de elektrische verlichting en schoonmaakpomp goed bleven functioneren.

Koffieperikelen

Een andere klus die ik van mijn voorgangster overnam was de zorg voor de koffie voor alle collega's. Elke ochtend rond 10 uur diende er verse koffie te zijn die door de leerlingen bij alle collega's werd rondgebracht. Nu mijn collega een combinatieklas van 43 kinderen ging draaien, kon je uiteraard niet langer van haar verwachten dat zij deze taak er nog bij deed. Daarop terugkijkend realiseer ik me, nu na 50 jaar, wat voor een 'militaire operatie' deze voor de school zo vitale taak voor mij betekende. De hele infrastructuur rond de koffie bestond in die tijd uit een aantal uiterst primitieve middelen: een fluitketel op een elektrisch kookplaatje en een aluminium koffiepot met een los filter erbovenop. Het lokaal had geen waterkraan, zodat ik 's morgens vóór schooltijd ervoor zorgde dat ik de fluitketel op de gang bij de toiletten met de afgemeten hoeveelheid water vulde en op de kookplaat zette om tegen 10 uur de knop aan te zetten. Het filter met het papieren filterzakje en de koffiepoeder stond ook reeds klaar bovenop de koffiepot. Als het water kookte, moest ik de totale inhoud van de fluitketel voorzichtig in meerdere etappes in het filter gieten en de koffiepot op het kookplaatje plaatsen als warmhoudertje voor een evt. tweede kopje. Ik herinner me nog dat mijn leerlingen dit alles die eerste dag in spanning volgden tot... bij de eerste opgieting de kokend hetend stoom over mijn hand trok en de hele klus uit de hand dreigde te lopen! Vanaf de volgende dag droeg ik voortaan bij elke opgieting een dikke handschoen. Pas aan het begin van het volgende schooljaar kreeg ik van het schoolhoofd opeens een heus koffieapparaat (in de toen eigentijdse kleuren wit met oranje) waarmee aan het dagelijkse primitieve geklungel een eind kwam. Nu hierop terugkijkend is het ongelooflijk dat je tijdens onderwijstijd je met dergelijke zaken moest bezighouden. En een conciërge op een basisschool kwam pas 20 jaar later...

Koffieaanloop

Voordeel van mijn koffietaak vond ik wél de sociale functie die ik hiermee vervulde: collega's die af en toe binnenliepen voor nóg 'n bakkie en een praatje. Naast mij zat klas 1 met Lies Visser, daarnaast klas 4 met Joop Weegenhuise die eind maart met pensioen zou gaan en aan het eind van de gang Jo Smit voor de handwerklessen aan de meisjes. De overige klassen, 3+4 en 6, zaten boven in de nieuwe vleugel.

Vanuit mijn lokaal had ik zicht op het kerkplein waar regelmatig trouwtjes en rouwtjes passeerden. Dat vergde steeds even wat extra inzet om, als de kerkklokken dan gingen luiden, de leerlingen bij de les te houden.  

Uitproberen
Vlak voor de kerstvakantie hoorde ik van mijn voorgangster van klas 5 dat het bericht van mijn komst door haar leerlingen overwegend positief was ontvangen. Als pas begonnen jonge leerkracht genoot ik een zekere populariteit en dat kwam, denk ik, vooral ook omdat het merendeel van het onderwijspersoneel tot de oudere garde behoorde. Maar... er bereikte mij ook een waarschuwend geluid. De juf van klas 5 vertelde me dat één van de jongens kenbaar had gemaakt dat hij mij eens goed zou uitproberen! Nu zat hij, van mij uit gezien, helemaal links vooraan in de buitenkring, vlak bij het koffieapparaat. De eerste dag vroeg ik hem mij te helpen door me een seintje te geven als het water kookte. Hoewel hij volgens de juf als een belhamel bekend stond, heeft hij nooit iets uitgeprobeerd en was het gewoon een fijne en vooral spontane leerling, net zoals zijn zus die ik in de 3e klas had en bij wie ik het voorrecht genoot om haar als enige leerling van de school maar liefst 4 1/2
jaar bij mij in de klas te mogen hebben...

 

Volgende keer: meer over klas 5 en hun reünie in 2004.