Boerderij Rijnhof op de Sloterweg ontkwam in 1920 aan de sloop, toen de bouw van een nieuwe woonwijk op deze plek moest worden afgeblazen.

(Foto links: 1928, Stadsarchief Amsterdam. Foto rechts: nu, Google streetview).

 

Plan voor nieuwbouwwijk 135 woningen

Annexatie verhindert dorpsuitbreiding Sloten

Het had niet veel gescheeld, of de dorpskern van Sloten was 100 jaar geleden aan de oostzijde uitgebreid met een woonwijk met 135 woningen. Om dat doel te bereiken werd in 1919 speciaal daarvoor de 'Woningbouwvereeniging Sloten' opgericht. Deze stelde zich ten doel om een compacte wijk met 135 laagbouwwoningen te bouwen op het terrein aan de noordzijde van de Sloterweg tussen Ditlaar en huisnummer 1104. Dat het plan drie jaar later moest worden afgeblazen had niet alleen te maken met de veranderde subsidieregeling voor sociale woningbouw, maar vooral omdat Amsterdam heel andere regels stelde aan deze nieuwbouw dan de voormalige gemeente Sloten vóór de annexatie op 1 januari 1921. 


ONTHULLEND ARCHIEF GEOPEND

Bij de opheffing van de St. Jozefschool Sloten in 1988 kwam min of meer toevallig het archief van de 'Woningbouwvereeniging Sloten' boven tafel. Het pakket betreft de periode december 1919 tot en met februari 1923. De archiefstukken bevatten de unieke en wellicht thans geheel vergeten historie van de woningbouwplannen die in deze ruim drie jaar werden nagestreefd op de weilanden ten oosten van de dorpskern van Sloten.

Hoe had het dorp Sloten er uitgezien als deze plannen wél waren doorgegaan? Lees deze boeiende historie van de plannenmakers uit het Sloten van 100 jaar terug, met drie dorpsnotabelen in de hoofdrol waarvan schoolhoofd H.J. Schuss als secretaris o.a. borg heeft gestaan voor het veilig stellen van dit complete en onthullende archief!

Theo Durenkamp, 1 juli 2020.


Vergroot alle afbeeldingen in dit artikel door erop te klikken.

Onderstaande afbeeldingen  corresponderen met de verwijzing in de tekst van het artikel.


Afb. 1


Afb. 2


Afb. 3


Afb. 4


Afb. 5


Afb. 6


Afb. 7


Afb. 8

Afb. 9


Afb. 10


Het archief van de 'Woningbouwvereeniging Sloten'

Bovenstaande 10 documenten uit het archief zijn slechts een selectie van de meest relevante stukken. Deze bestaan uit de (naar ik mag aannemen) complete correspondentie, de bouwtekeningen van alle vier woningtypen, alsmede plattegronden van Sloten en het bouwterrein.

Vanaf de ontdekking van dit archief in 1988 hebben deze stukken als het ware liggen wachten op openbaring. En nu, na 32 jaar, is het dan zo ver om deze gegevens en hun tekeningen van 100 jaar geleden te openbaren.

Na bestudering van al het materiaal ontvouwde zich het verhaal van een te bouwen woonwijk die er nooit kwam. Was hij er wél gekomen, dan was het nu wellicht een gemeentelijk monument. En dan waren de huizen aan de binnenzijde vast en zeker  aangepast aan de huidige eisen. En wie weet was er dan nog wel tenminste één woning waarvan de 'kamer-en-suite' niet was doorgebroken, alleen maar omdat de bewoners die oude sfeer juist wilden bewaren. Het heeft echter niet zo mogen zijn. Op nagenoeg hetzelfde oppervlak staat nu nieuwbouw die vanuit de stad tegen het dorp is uitgerold. En langs de Sloterweg staan nu huizen die na 1923 zijn gebouwd op de weilanden ter weerszijden van boerderij Rijnhof die later zelf ook van gedaante is veranderd, maar nog steeds met zijn voorgevel dusdanig naar voren staat dat het verkeer er ook nù nog met een flauwe bocht om heen moet, net als 100 jaar geleden...


Woningbouwvereniging van start

Op 17 december 1919 werd de 'Woningbouwvereeniging Sloten' opgericht (zie afb. 1, linker kolom) die vervolgens op 10 februari 1920 koninklijke goedkeuring (zie afb. 2) verkreeg. De statuten vermelden dat de vereniging in het belang van de verbetering van de volkshuisvesting werkzaam wil zijn. Het bestuur van de vereniging, die 8 leden telt, bestaat uit drie dorpsnotabelen:

- dokter L.A. Faber Jr. als voorzitter, wonend Sloten A 249 (thans Sloterweg 1301),

- schoolhoofd H.J. Schuss als secretaris, wonend Sloten A 173 (thans Sloterweg 1190), en

- makelaar C. Onkenhout als penningmeester, wonend Sloten A 157 (thans Sloterweg 1199).

In een brief van 10 maart 1920 (zie afb. 3) laten de architecten Jan Gratama en Gerrit Versteeg weten mee te willen werken aan het plan door het leveren van alle tekeningen en bescheiden die nodig zijn voor het verkrijgen van regeringssteun. Hun brief eindigt met de zin: "Honorarium hiervoor geschat op f 500.- uit te betalen wanneer de bouw onverhoopt niet doorgaat, mits de kas uwer vereeniging dit toelaat." Dat laatste is niet voor niets een veilige toevoeging, want het avontuur voor een nieuw te bouwen woonwijk blijkt niet over rozen te gaan...

Voortvarend ontwerp

Al binnen een half jaar nadat beide architecten de opdracht hebben aanvaard (maart 1920) ligt er een compleet pakket aan bouwtekeningen. Het gaat dan om zowel de diverse plattegronden van het terrein waarop gebouwd gaat worden als de tekeningen van de vier verschillende types huizen, elk met voor-, achter- en zijaanzicht en hun plattegronden van beide verdiepingen.

Het nieuwbouwproject zoals dat was gesitueerd aan de oostzijde van de dorpskern van Sloten. De architecten zijn zo vrij geweest ook alvast de nodige ontsluitingswegen in te tekenen aan de noordzijde van de dorpskern, waaronder een zijweg van de Sloterweg over het perceel van Bakkerij Griffioen, toen de nummers 1208 t/m 1212 nog onbebouwd waren.

 

Sloten krijgt 'Amsterdamse Schoolstijl'

Jan Gratama is met name bekend om zijn ontwerpen voor woonblokken in Betondorp, de Olympiabuurt en de Transvaalbuurt. Tussen 1914 en 1930 werkte hij veel samen met Gerrit Versteeg en had hij een positie in diverse schoonheidscommissies in Amsterdam. Vanuit die positie én als voorzitter van Architectura et Amicitia had hij een enorme invloed op de invulling van de nieuw te bouwen wijken in Amsterdam. Gratama was het ook die de term 'Amsterdamse School' als eerste gebruikte voor deze zo bekend geworden architectonische bouwstijl. Zijn opvatting over een woningontwerp vinden we dan ook duidelijk terug in de ontwerptekeningen voor deze in Sloten te bouwen arbeiderswoningen, zoals ze worden aangeduid. De hele wijk is gebaseerd op het typische ontwerp dat zo kenmerkend is voor de jaren 20: een dakpartij die laag begint en via een knik hoog doorloopt met onder het midden van de dakhoogte een minimale dakkapel voor de slaapkamerramen.

 

Eén van de vier woningtypes die gepland staan als rijtjeswoning of twee onder één kap. 

 

Geen badkamer

De 135 woningen zijn verdeeld over 4 verschillende woningtypes die weinig van elkaar afwijken: op de begane grond een dubbele woonkamer met schuifdeuren ('kamer-en-suite'), keuken en toilet, op de verdieping 3 slaapkamers en een berging. Opvallend is het ontbreken van een badkamer, voor die tijd echter heel normaal! Het huis telt slechts één kraan: in de keuken! Waren deze huizen daadwerkelijk gebouwd, dan zou de berging op de bovenverdieping later zeker zijn omgebouwd tot badkamer, zoals met dit type woningen elders inmiddels overal is gebeurd.

 

Een van de plattegronden met voor alle 4 woningtypes dezelfde basis. Links de begane grond en rechts de verdieping van de naastgelegen woning met gespiegelde indeling.

 

Grondaankoop

Het bouwterrein dat de woningbouwvereniging op het oog heeft is de grond van Slotenaar Willem van der Laan van boerderij Rijnhof. Hij heeft zijn veehouderij op de weilanden aan de Sloterweg tussen waar nu de Ditlaar als zijweg uitkomt en het huis op nummer 1104. Zijn hele kavel bedraagt 14 ha en loopt als een langgerekt smal perceel van bijna 1 km in noordelijke richting helemaal door tot aan het water van de Slotervaart. Uit een brief (zie afb. 4) van de heer Vermeer van Publieke Werken blijkt dat in eerste instantie de grondoverdracht begroot is op f 106.272,-, maar later gaat hij akkoord met een bedrag van f 95.000.-, hoewel ook dan nog wordt gesproken van een te hoog bedrag. In de koopakte zal daarbij de bepaling worden opgenomen dat in de aanloop naar de bouw de diverse bouwmaterialen alvast op het boerenerf mogen worden opgeslagen. Uit diezelfde brief blijkt ook dat aanvankelijk het plan bestond om boerderij Rijnhof te handhaven, wellicht ten koste van een aantal woningen. Maar de heer Vermeer van Publieke Werken schrijft "dat van de zijde der Gemeente bezwaar bestaat tegen de ... voorgestelde transactie, ook omdat het behoud van een veeboerderij bij een te stichten complex woningen niet gewenscht wordt geacht." 

Woonwijk met school

Overigens wordt van de aangekochte grond slechts een kwart bebouwd, nl. het gedeelte dat direct grenst aan de Sloterweg. Volgens de opgeleverde plattegronden zou voor dit plan boerderij Rijnhof moeten wijken. Alle overige bebouwing was er toen nog niet. Het reeds bestaande woonhuis op 1104 wordt gespaard, maar wellicht niet van harte, want de nieuwbouwwijk wordt er a.h.w. omheen gedrapeerd. Op deze wijze beslaat het bouwterrein een breedte van 150 meter langs de noordzijde van de Sloterweg en heeft het een diepte van 225 meter.  

 

Links: plattegrond van de in 1920 ontworpen nieuwbouwwijk. Rechts: dezelfde locatie nu, maar dan met nieuwbouw vanuit Nieuw-Sloten, 80 jaar later gebouwd.

 

Zo te zien hebben alle 135 woningen een kleine voortuin plus achtertuin en in het hart van het plan is zelfs een school opgenomen. Niet duidelijk is of het hier gaat om een nieuw te stichten school of dat het een vervanging betreft van de reeds bestaande openbare school. Ook is het mogelijk dat het hier gaat om een nieuw te stichten r.k. meisjesschool. Daar was nl. in deze tijd sprake van vanwege de ontwikkeling van het leerlingenaantal op de St. Jozefschool die in 1914 als nieuwgebouwde gemengde school van start ging.

 

Plattegrond van de nieuwbouwwijk waarvoor boerderij Rijnhof (linksonder) is verdwenen. Het rechthoekige lege terrein rechtsonder is het perceel van Sloterweg 1104.

 

Eerste tegenslagen  

Op 10 juni 1921 schrijft architect Jan Gratama aan de woningbouwvereniging dat hij nodig met het bestuur wil overleggen: "Er zijn belangrijke punten te bespreken, o.a. zullen de woningtypen kleiner gemaakt moeten worden in verband met de jongste circulaire van den Minister."

Op 29 juli 1921 (zie afb. 5) deelt Gratama aan de woningbouwvereniging mee dat hij bij de Gemeentelijke Woningdienst van Amsterdam heeft geïnformeerd naar de vorderingen rond de aankoop van de grond door de gemeente. Immers, sinds 1 januari 1921 heeft de Woningbouwvereeniging Sloten niet meer van doen met de Gemeente Sloten, maar met Amsterdam dat de omliggende gemeenten zojuist heeft geannexeerd. De Commissie van Bijstand is tegen de grondaankoop, de wethouder Publieke Werken vóór. Dit betekent, schat Gratama in, dat B&W aan de gemeenteraad hoogstwaarschijnlijk wel een voorstel tot aankoop zullen indienen. Maar dan volgt de domper in zijn brief:

"Zooals u echter weet, zal de Minister voorloopig geen woningbouwaanvragen meer behandelen, in verband met de 90.000 die onder handen zijn, zodat ik vermoed, dat de bouw in Sloten nog wel niet spoedig tot stand zal komen. Wij zullen echter eerst afwachten of de grond door de Gemeente aangekocht wordt of niet." 

Grondperikelen

Begin 1922 (zie afb. 6) benadert 'Woningbouwvereeniging Sloten' de gemeente opnieuw, nu om bezwaar aan te tekenen tegen de wijze waarop de gemeente eisen stelt aan de overdracht van de grond. De gemeente vindt de gevraagde grondprijs te hoog en wil bovendien het bouwterrein namelijk flink ophogen, waardoor het project financieel onhaalbaar wordt. Namens de vereniging schrijft de secretaris, de heer Schuss:

"De plannen zijn hangende gebleven doordat Publieke Werken de prijs van den grond te hoog vond. Volgens ons inzicht was dat niet het geval. De koopprijs voor den grond was voor een bouwterrein in de onmiddellijke omgeving van Amsterdam zelfs laag. Dat de grond te duur zou worden was grootendeels het gevolg daarvan dat P.W. het noodig oordeelde evenveel op te hoogen als in Amsterdam, hetgeen volgens ons inzicht hier niet alleen onnoodig, doch zelfs ongewenscht is omdat daardoor het nieuwe complex ver boven het niveau van de omringende bebouwing zou komen te liggen. De door P.W. gewenschte ophooging zou de prijs van den grond met vele honderden procenten verhoogen en op een bedrag brengen, waarbij de oorspronkelijke koopprijs geheel in het niet valt. Doordat de gemeente niet tot aankoop van den grond heeft willen overgaan zijn onze plannen tot een dood punt gekomen."

 

Boerderij Rijnhof had in 1928 met zijn omringende weilanden nog aan alle kanten volop de ruimte (Foto: Stadsarchief Amsterdam).

 

Architect Jan Gratama laat op 5 april 1922 in een brief (zie afb. 7) aan de heer Schuss weten dat de voorbereiding op de woningbouw al geruime tijd stil ligt, omdat de aanvraag tot grondaankoop nog steeds niet bij de gemeenteraad is ingediend. De reden? B&W zijn vóór aankoop, de Commissie van Bijstand is tegen. Gratama voegt er aan toe dat door de algemene stagnatie in de volkswoningbouw en in verband met de vermindering van de rijkssubsidie ook het plan Sloten voorlopig moet blijven rusten.

 

Helaas voor het welslagen van de Slotense woningbouw moesten de plannenmakers vanaf de annexatie op 1-1-1921 niet langer onderhandelen met de gemeente Sloten (links), maar met Amsterdam (rechts). (Foto's van de beide toenmalige gemeentehuizen te Sloterdijk en O.Z. Voorburgwal: Stadsarchief Amsterdam)

 

Annexatie: de doodsteek!

Later in 1922 zet dokter Faber in een brief (zie afb. 8) aan de directeur van Publieke Werken alle perikelen rond de stilstand van het bouwplan nog eens op een rij. Hij herinnert aan eerdere onderhandelingen over de overdracht van 14 ha weiland door grondeigenaar Van der Laan uit de periode van vóór de annexatie:

"Reeds voor de annexatie waren deze onderhandelingen begonnen naar aanleiding van een plan tot den bouw van 128 arbeiderswoningen in verschillende typen. Ware de annexatie niet tusschen beide gekomen, dan zou de voormalige gemeente Sloten, overtuigd van de belangrijkheid en noodzakelijkheid daarvan deze plannen zonder twijfel hebben gesteund en zouden thans de vele woningzoekenden uit het plattelandsgedeelte een behoorlijk onderdak hebben gevonden. De annexatie maakte het echter nodig dat de grond niet door de bouwvereeniging zelf werd gekocht, maar dat dit moest worden overgelaten aan Publieke Werken, omdat de bouwvereeniging alleen het voorschot kon krijgen, indien de grond door de gemeente in erfpacht werd gegeven. Het feit dat deze verplichting den aankoop uit onze handen deed geven maakt dat onze bouwvereeniging niet alleen werkeloos moet toezien, maar de vele woningzoekenden moet teleurstellen en hen moest meedeelen dat dit de gevolgen van de annexatie zijn. Waar wij van alle kanten hierover klachten krijgen, voelen wij ons genoodzaakt U te verzoeken ons te willen mededeelen in welk stadium de plannen tot aankoop zijn en zóo deze zijn verworpen welke weg wij moeten inslaan om tot de zoo noodige bouw der arbeiderswoningen te kunnen overgaan."

 

De straatzijde van boerderij Rijnhof in 1928, gered van de sloop nu de nieuwbouwwijk op deze plek werd afgeblazen (Foto: Stadsarchief Amsterdam).

Einde sociale woningbouw

Het laatste bericht van architect Gratama aan dokter Faber is zijn brief van 29 januari 1923 (zie afb. 9) waarin hij meldt Willem van der Laan op bezoek te hebben gehad die kwam informeren of er nog een mogelijkheid van bouwen was. 

Gratama ziet onder de huidige omstandigheden nog maar één mogelijkheid:

"Ik voor mij geloof dat de eenige mogelijkheid zou bestaan in een opzet, waarbij niet gerekend wordt op geldelijke steun van Rijk en Gemeente, omdat nu in Amsterdam ook arbeiderswoningen gebouwd worden zonder steun. Dat wil dus zeggen dat de huren volledig de onkosten moeten dekken. Alvorens ik hier echter moeite voor doe, zou ik gaarne van uw Bestuur vernemen of het nog gewenscht acht, dat deze woningen op dat terrein gebouwd worden."

Opheffing vereniging

Hiermee is duidelijk dat niet alleen de annexatie, maar nu ook nog eens het overheidsbeleid met betrekking tot sociale woningbouw geen kansen meer biedt voor gesubsidieerde woningbouw. Het laatste archiefstuk is dan ook het formulier (zie afb. 10) aan de Kamer van Koophandel waarmee de opheffing van de 'Woningbouwvereeniging Sloten' per 2 februari 1923 definitief wordt bezegeld.

Na ruim 3 jaar plannenmakerij verdwijnt het woningbouwplan voor 135 woningen dus voorgoed in het archief. Pas zo'n 60 jaar later zou het voor het eerst weer mogelijk worden om een nieuwe woonwijk van enige omvang tegen de dorpskern aan te bouwen, maar dan aan de noordwestzijde van het dorp op een braakliggend terrein aan de Osdorperweg hoek Vrije Geer.