VOORWOORD

Van 1956 tot 1962 was ik leerling van de Petrus Canisiusschool in de Cornelis Krusemanstraat 68. Een echte parochieschool zoals dat in die tijd paste, gelegen naast de St. Agneskerk. 28 jaar later was ik weer terug op deze school, maar nu als directeur! Uiteraard was de school in die periode enorm veranderd, maar één leerkracht had al die jaren stand gehouden: Liselotte Oppenheimer. Als kind maakte ik haar vanaf 1956 als jonge juf mee, in 1993 zwaaide ik haar uit toen ze met pensioen ging!

Lees hoe ik zowel leerling als directeur op deze school was.

 

De Petrus Canisiusschool in de Cornelis Krusemanstraat

Leerling en directeur op dezelfde school

Dat ik als leerling in de eerste klas begon staat me nog helder voor de geest. Dat was maandagmiddag 3 september 1956 om 2 uur. Alle moeders, waaronder de mijne, stonden op de gang door het raam boven de kachelhoek naar hun kinderen in de klas te kijken. De juf startte die middag met het eerste woordje uit de reeks maan, zaag, zeep, Fien, boot, Guus, touw. Het woordje moest je op doorzichtig papier vele malen overtrekken.  

Alle leerkrachten staan me nog voor de geest: juffr. Leijssen in klas 1, dhr. Plekker in klas 2 in de Des Presstraat,  juffr. Asberg in de 3e klas op zolder, na de kerst juffr. Geluk en eind schooljaar dhr. Buijs. Vervolgens weer dhr. Plekker in klas 4 in de Baarsstraat, de 5e klas weer dhr. Plekker en 6e klas dhr. Van Veghel.

Plekker was de grote grappenmaker, maar als-ie boos was, had-ie de gewoonte niets te zeggen en verliep alle communicatie met briefjes. Twee keer per week (dinsdag en vrijdag) naar de schoolmis (o.l.v. schoolhoofd Schaap zingen) en eens per maand schoolbiecht: dat was in de kerk aangekomen een run op het beste (= snelste) biechthokje. En natuurlijk de Plechtige Communie in de 6e.

In 1957 op de schoolfoto

 

Rode tegels

De grens tussen jongens- en meisjesspeelplaats was tot eind 1e klas (1957) een rij oude hoge populieren met daarbij betonpaaltjes en ijzerdraad ter afscheiding. Toen de bomen werden omgezaagd, mochten we van juffr. Leijssen voor de ramen kijken. Daarna verdween de strook grond tussen beide speelplaatsen en werd er doorgetegeld, maar wél met een rij rode tegels om de grens tussen jongens- en meisjesschool aan te geven. Als we rondjes renden, liepen we expres met een boog over de "demarcatielijn" heen, hetgeen een reprimande opleverde.

Gymmeester was Blokdijk, die ik op het Nicolaas ook weer had, tekenleraar De Jager, en voor muziek kwam Jan de Hoog, dirigent van het Agneskoor, met zijn elektrisch orgel langs. En natuurlijk was de geestelijkheid van de Agnes vaak te gast ter voorbereiding op de Eerste Communie door pastoor Kokkelkoren met zijn prachtige verhalen en platen, en de Blasiuszegen, maar ook de diverse kapelaans kwamen wekelijks voor de katechismusles. En dan die missionaris die elk jaar het Jeugdjuweel kwam aanprijzen dat je dan kon bestellen.

Gekleurde punaises

Als leerling maakte ik de hele schoolperiode de heer Schaap mee als schoolhoofd. Samen met twee andere Amsterdamse schoolhoofden had hij voor alle klassen een taalmethode geschreven, genaamd “Taal leren door zelf corrigeren”, een voor die tijd oerdegelijke methode, denk ik. En na diverse taaltoetsen stond elke leerling in het overzicht op het prikbord met elke maand kans op een groene, gele en rode punaise. Gelukkig bleef ik altijd groen. Onvoorstelbaar tegenwoordig dat je als schoolhoofd tijd hebt een taalmethode te schrijven! Na schooltijd gaf hij Engels voor dié leerlingen die dat wilden tegen een kleine vergoeding. In klas 6 kregen we ergens in februari 1962 opeens de vrije zaterdag. Bij mijn overstap naar het St. Nicolaas was dat meteen weer over, daar duurden de lessen op zaterdag tot 13.30 uur! 

Opleidingsschool

De Petrus Canisiusschool stond in mijn kindertijd bekend als “Opleidingsschool voor Gymnasium en HBS”, zoals ook op het schoolnaambord aan de gevel stond. Dat was niets te veel gezegd, want het merendeel ging daar ook heen en het onderwijs stond op hoog peil. De eigen taalmethode van Schaap, die hoge eisen stelde aan leerlingen en leerkrachten, droeg daar aan bij. Nog een leuke anekdote in dit verband: Schaap gaf 3x per jaar proefwerken taal en rekenen in alle klassen waarbij hij zelf aanwezig was. Enkele dagen later besprak hij de resultaten in de klas. Bij een van deze klassikale besprekingen herinner ik me nog goed dat onze eigen leerkracht naast de lessenaar stond en dat Schaap op diens plaats erachter zat. Naarmate de uitslagen vorderden, zag ik onze eigen leerkracht steeds witter wegtrekken. De resultaten waren volgens Schaap dus onder de maat, begreep ik. Daaraan terugdenkend zou je kunnen zeggen dat het een “eigentijdse” vorm van een functioneringsgesprek was ….

                                                                                 Als zesdeklasser kon je klaarover worden. Om de zoveel tijd was je dat een week lang.                                                                                 Hier zie je mij in actie op het zebrapad op de Amstelveenseweg tegenover de St. Agneskerk.

 

Hierna heb ik St. Nicolaaslyceum en Kweekschool Magister Vocat gedaan. Op deze Petrus Canisiusschool ben ik later nog directeur geweest van 1990 tot 1995. Dat is een aparte ervaring: directeur worden op de school waar je zelf als leerling hebt gezeten! Uiteraard was de school in die 28 jaar erg veranderd. Maar één juf uit mijn kindertijd was er nog: Liselotte Oppenheimer. En zij werd dus nu opeens mijn collega. Samen met het team heb ik haar in 1993 een fantastisch afscheid kunnen geven toen ze met pensioen mocht.

In 1995 moest de school wegens optrekking van de landelijke opheffingsnormen door het schoolbestuur worden afgestoten, waarna mij het directeursschap van een andere en tevens grotere school werd aangeboden.