Inzending voor Literatuurprijs

Onderstaande bijdrage “Van Zuid naar Nieuw-West” schreef ik najaar 2018 als inzending voor de Literatuurprijs Amsterdam Nieuw-West bij gelegenheid van de Boekenweek 2019. De prijs wordt toegekend aan het door de jury als best beoordeelde korte verhaal met als centraal thema Amsterdam Nieuw-West. Uit de inzendingen kiest de jury 13 verhalen die worden opgenomen in het Boekenweekgeschenk 2019 dat eind maart als vierde editie verschijnt. En vervolgens rolt hieruit de winnaar van de Literatuurprijs Amsterdam Nieuw-West 2019 die op 24 maart tijdens het Boekenbal in De Meervaart de bonus van € 1500 krijgt uitgereikt.

Hoe mijn inzending “Van Zuid naar Nieuw-West”, als een van de 69 inzendingen, deze selectie niet doorkwam en wat dit tot gevolg had, lees je in mijn bijdrage “Bij de start van mijn website”, elders op deze website, nl.

https://www.theodurenkamp.nl/artikelen-1/bij-de-start-van-mijn-website

Van Zuid naar Nieuw-West

Opgegroeid in Zuid, om precies te zijn in de Zeilstraat, lag West op een steenworp afstand. Immers over de Zeilbrug droegen alle straatnaambordjes de toevoeging West. Alles wat met school, kerk en jeugdbeweging te maken had lag voor mij in Zuid, weliswaar in het westelijk deel van Zuid waarvan de Schinkel de fysieke barrière was.

Als kleuter maakte ik echter dagelijks de oversteek naar West, naar de St. Anna Kleuterschool in de Leimuidenstraat. Als ik nu vanaf het Hoofddorpplein deze straat inloop, kun je je niet voorstellen dat achter de linker gevelwand een kleuterschool huisde. Alleen de dubbele deur met ronde boog op nummer 11 was, ook toen al, het enige dat duidde op de school van de Zusters van Liefde.

De in de oorlog gebouwde parochieschool met vier lokalen bevond zich op het binnenterrein achter de Victoriabioscoop. En inderdaad, ook deze bioscoop heb ik menigmaal, al of niet in schoolverband, met een bezoek vereerd. In de jaren 80 gekraakt en gesloopt voor nieuwbouwappartementen.

En om nóg een stukje stadsontwikkeling alhier te duiden: in 1990 werd het hele gebied tussen Schinkel en Westlandgracht bij Zuid gevoegd. De huizensite Funda maakt er sindsdien gretig gebruik van om de Hoofddorppleinbuurt met Zuid aan te prijzen ….

De St. Anna Kleuterschool op het binnenterrein achter Leimuidenstraat 11 was vanaf de straat alleen herkenbaar aan de ronde toegangsdeur. Foto: Amsterdamse Krant

Als kleuter was het vanaf de grens tussen Zuid en West slechts tien minuten lopen naar de volgende grens: die met Nieuw-West, namelijk aan het eind van de Heemstedestraat die toen omhoog- en doodliep op de Westlandgracht. Ik weet nog dat deze plek het einde van de stad betekende. Van hieruit keek je -letterlijk- neer op de Sloterpolder die medio jaren 50 al in afbraak was. Ik herinner me dat het hier altijd naar modder stonk.

Verderop, bij het Surinameplein, lag een smal wit bruggetje over het water dat toegang tot de Sloterpolder gaf. De sprong over deze grens naar wat later Nieuw-West ging heten was toen een plan dat bij mijn ouders leefde. Een brochure van woningbouwvereniging Het Oosten, nog steeds in mijn bezit, maakte gewag van een nieuw te bouwen doorzonwoning in Slotervaart, prijs 11.000 gulden. De voor die tijd behoorlijk forse prijs én de afstand vanuit deze zandwoestijn naar de stad gaven bij mijn ouders echter de doorslag hiervan af te zien ….

Uitstapjes vanuit Zuid naar Nieuw-West waren er genoeg: de zondagse wandelingen met het gezin langs de huizen in aanbouw, de speelplek op de ringdijk bij het nimmer afgebouwde viaduct over de Oude Haagseweg. Dit “fort” met de fietstunneltjes nodigde uit tot klimpartijen met uitzicht op het verkeer dat voorbij ratelde over de keibestrating, in de jaren 30 aangelegd over de voormalige Sloterweg die toen werd verbreed voor de invalsweg vanuit Den Haag en Schiphol.

De steunpunten voor het nimmer voltooide viaduct van de ringspoorbaan op de Sloterweg/Oude Haagseweg (1971). Foto: Stadsarchief Amsterdam

 

Mijn eerste kennismaking met Sloten was in 1963 toen ik met mijn broer in de zomer regelmatig het Köhler Bad aan de ringvaart bezocht. De reis verliep met bus G die zich telkens door de smalle dorpskern moest wurmen. In de zomer van 1965 gingen we per fiets naar Sloten om de festiviteiten rond het 900-jarig bestaan mee te maken. De bevolking was in oude kledij gestoken en aan de rand van het dorp stond een grote stadspoort.

Stadspoort bij de ingang van het dorp tijdens de viering van 900 jaar Sloten (1965). Foto: Privécollectie

 

Een nieuwe fase in mijn leven bracht mij vanaf 1966 voortaan dagelijks naar Nieuw-West: ik was toegelaten tot de R.K. Kweekschool Magister Vocat aan de Jan Tooropstraat 136. Daar ging, in maart van dat jaar, een inschrijfgesprek aan vooraf in het Broederhuis op de Postjesweg 124 alwaar de directeur van wat later de Pedagogische Academie zou gaan heten, broeder Albertinus, mij wikte en woog met als resultaat dat ik werd aangenomen.

Het Broederhuis, destijds het laatste gebouw aan de rand van de vooroorlogse stad, staat er nog steeds, is nu café Bartack, en als ik er nu langs kom, is dat telkens met de wetenschap dat de basis voor mijn 45-jarige onderwijsloopbaan is gelegd vlak achter het eerste raam links naast de voordeur waar toen de spreekkamer was ….

Het voormalige Broederhuis, Postjesweg 124, waar ik mij bij Broeder Albertinus inschreef  voor de kweekschool.  Foto: Privécollectie

 

Dezelfde broeder Albertinus was de grote man achter het in 1963 geopende gebouw van Magister Vocat met een voor die tijd luxueuze uitstraling. Niet voor niets had de goede man zich vanaf de opening al meteen vereeuwigd met een gebeeldhouwde afbeelding van zijn eigen hoofd in de wand van de entreehal, vlak naast de hardhouten trap die we als studenten nooit mochten betreden. Deze trap staat nog steeds in mijn geheugen gegrift als de plek van waaraf Theo Smits als adjunct-directeur op 11 juni 1971 de uitslag van het eindexamen bekendmaakte.

De trap in de oude entreehal van waaraf Theo Smits in 1971 de uitslag van het eindexamen bekend maakte en waar in de muur tijdens de bouw van de school de beeltenis van directeur Broeder Albertinus is aangebracht. Foto’s: Magister Vocat

De school van de bekende architecten Tholens en Van Steenhardt Carré met zijn kenmerkende grindbetonplaten en blauwstalen kozijnen heeft inmiddels een totale metamorfose ondergaan waarbij van het oorspronkelijke gebouw aan de buitenzijde werkelijk niets herkenbaars is overgebleven! Het gebouw, zoals dat omgeven was met groenstroken, is aan alle kanten uitgebouwd tot tegen de rooilijn langs het voetpad.

Toen ik er twee jaar terug langs liep, was mijn eerste opwelling of ook de binnenzijde even rigoureus op de schop was gegaan. Mijn eerste schok was de entree: verplaatst naar de plek waar voorheen de gymzaal was. Een alleraardigste dame achter de balie bood mij een rondleiding aan, wellicht vanuit haar begripvolle inschatting dat hier een oud-student na 46 jaar recht moest worden gedaan.

Zonder mij verder te hoeven identificeren mocht ik op mijn eigen houtje het gebouw doorkruisen. Dit gebeurde vervolgens met een mengeling van weemoed en verbijstering. Weemoed, omdat de oude entreehal, weliswaar totaal ingekapseld, én de beeltenis van Albertinus én de houten trap er godzijdank nog steeds waren, als waren deze relieken in alle verbouwingsdrift wie weet toch nog bewust gespaard gebleven. Verbijstering, omdat de vertrouwde stijlvolle aula met zijn toneel en orgel was omgebouwd tot gymzaal, echter met een dermate armzalig toestellenaanbod dat mijn oud-gymdocent Henk Ras bij het aanzien hiervan zich zeker subiet in zijn graf zou hebben omgedraaid ….

R.K. Kweekschool Magister Vocat, Jan Tooropstraat 136 in 1963 en de huidige sterk gewijzigde buitenzijde vanuit dezelfde positie. Foto's: privécollectie

 

Op maandag 9 augustus 1971 startte ik mijn onderwijsloopbaan als onderwijzer van klas 3 aan de St. Jozefschool in Sloten. Twintig kinderen keken mij verwachtingsvol aan en als ik de klassenfoto van dat jaar nog eens bekijk, valt het mij op dat ik alle kinderen meteen nog met voor- en achternaam kan benoemen. Wellicht dat herinneringen van rond je 20e jaar zich onwrikbaar op je harde schijf vastzetten.

De leerlingen bij mijn start in het onderwijs: klas 3 St. Jozefschool Sloten, 1971-1972. V.l.n.r. rij 1: Herman Bakker, Louis van Weerdenburg, Eric Warmerdam, rij 2: Marjon Mulder, Trudy Egberts, Willie Vork, Anita Bakker, Nelleke Bakker, Youri de Jong, rij 3: Albert van Klooster, Yvonne Egberts, Herman Pijnaker, Hans Wiebes, Martin van der Horst, Ronnie Sol, rij 4: Ingrid Schumacher, Els Stricker, Annette Bakker, Ans Brockhoff, rij 5: ikzelf, Tieke Waagemans, juf vanaf de kerstvakantie toen ik klas 5 kreeg. Afwezig: Ellen Pijnaker, Ton Wichmann. Foto: Privécollectie

 

Vanuit het middelste lokaal boven de gymzaal keek ik uit over de daken van het dorp met zicht op de voormalige markante hoofdenwoning en aan de horizon de Nieuwe Haagseweg op het dijklichaam waarover het verkeer zich spoedde.

De dagelijkse rit naar mijn school vanuit de Zeilstraat verliep per fiets over de Aalsmeerweg en vervolgens over het fietspad langs de Oude Haagseweg door het vertrouwde fietstunneltje waarna vanaf het Euromotel de hobbelige Sloterweg volgde.

Eenmaal in het dorp voorbij de St. Pancratiuskerk werd de straat steeds smaller en daar waar deze op zijn smalst was, fietste ik het voorplein van mijn school op. Mijn collega van klas 4 Joop Weegenhuise, die in 1972 met pensioen ging, sprak bij zijn aankomst op dit smalste punt in Sloten meermalen gekscherend over de bewustzijnsvernauwing die hem op deze plek telkens overviel ….

De Sloterweg in Sloten op zijn smalst: “en daar waar deze op zijn smalst was, fietste ik het schoolplein op …” .  Foto: Privécollectie

 

Enkele weken voor ik de pabo afrondde had ik twee sollicitaties lopen: de Bisschop Huibersschool in de Jacob Geelstraat en de St. Jozefschool in Sloten. Twee totaal verschillende scholen waaruit ik kon kiezen: óf in de jonge nieuwbouwwijk Slotervaart óf in het oude dorp Sloten. De laatste werd het, niet alleen vanwege de betere rechtspositie, vooral ook omdat de charme van het dorp met de dorpsschool mij meteen aansprak.

Vanaf de eerste dag viel mij met verbazing op hoe zowel kinderen als ouders tegen de stad aankeken: veel leerlingen bleken nog nooit of nauwelijks in de stad te zijn geweest. Niet veel later begreep ik steeds meer hoe de overwegend agrarische Slotenaren afkeer van de stad hadden opgebouwd: immers generatie na generatie had men namelijk meermalen -letterlijk- moeten verkassen als gevolg van de steeds verder oprukkende stadsuitbreiding. Na alle opschuivingen vanuit de Sloterpolder zouden de tuinders, zo werd in de jaren 50 beloofd, op de Louwesweg “voor eeuwig” op hun plaats komen ….

Toen ik in 1976 na anderhalf jaar waarnemend hoofd te zijn geweest mijn overleden voorganger Gerard Nijman als schoolhoofd opvolgde, was de grootste zorg om de school in stand te houden. Dat lukte tot 1988 door o.a. deel te nemen aan diverse opeenvolgende riant gesubsidieerde onderwijsvernieuwingsprojecten.

Maar medio jaren 80 werd duidelijk dat Nieuw-Sloten gebouwd zou worden, aanvankelijk als Olympisch Dorp voor de Spelen van 1992, en oefende de gemeente druk uit op de tuinders voor uitkoop. Uiteindelijk was het echter Barcelona dat de Spelen kreeg, maar het doek voor het tuinbouwgebied was inmiddels gevallen.

De Olympische belangen maakten dat de tuinders relatief gunstig werden uitgekocht, met als gevolg dat, nadat in 1985 de openbare school van Sloten al was opgeheven, ook de St. Jozefschool in 1988 helaas moest sluiten. Het voelde alsof Nieuw-West het uiteindelijk had gewonnen van het oude dorp Sloten ....  

Het Tuinbouwgebied Sloten tot eind jaren 80 (links) en Nieuw-Sloten zoals gebouwd vanaf begin jaren 90 (rechts). Foto's: Stadsarchief Amsterdam

 

Eenmaal als onderwijzer in Sloten begonnen, startte ik met autorijlessen. Op 21 augustus 1971 kwam mijn instructeur, de 68-jarige heer Bakker uit de Van Walbeeckstraat, voorrijden met zijn witte Ford Escort en omdat het mijn eerste rijles was, reed hij eerst zelf naar een stille startplek, nl. de Beethovenstraat even voorbij de kruising met de Prinses Irenestraat, om mij na een korte uitleg aldaar zelf achter het stuur plaats te laten nemen. Deze beginplek voelde als symbolisch: immers vlakbij het St. Nicolaaslyceum waar ik na de lagere school mijn nieuwe levensfase startte in de pas geopende nieuwbouw aan de toenmalige stadsrand met uitzicht op de enorme zandvlakte waar Buitenveldert zou worden gebouwd.

Elke daaropvolgende zaterdag genoot ik met volle teugen van de in totaal 14 rijlessen tot ik in de vroege ochtend van donderdag 18 november mocht afrijden, weliswaar in het donker en in de regen. Maar even na half 9 kon ik toch met een gerust hart de leswagen de Dr. H. Colijnstraat indraaien waar het CBR toen was gevestigd. De theorie daarna was een eitje, zodat ik even later de trotse bezitter was van het roze document.

Terug op school, waar mijn klas het eerste half uur met de open deur onder toezicht van de naastgelegen klas 6 van het schoolhoofd zat, ging een groot gejuich onder de kinderen op toen ik met mijn doos gebak binnenkwam, ingeslagen bij bakker Griffioen die naast de school was gevestigd. 

Het welbekende c.q. beruchte parkeerterrein voor lesauto’s bij het CBR in de Wigbolt Ripperdastraat (1976).  Alle bebouwing op deze foto is in 2008 gesloopt voor nieuwbouw. Het CBR zit nu in het Westelijk Havengebied. Foto: Stadsarchief Amsterdam

Omdat het CBR in Nieuw-West was gevestigd, verliepen de rijlessen bijna altijd in dit stadsdeel. Voor ik hiermee startte had ik slechts een diffuus idee van de plattegrond van Nieuw-West. In grote delen daarvan was ik namelijk nog nooit eerder geweest. Maar mijn rijinstructeur liet mij uitgebreid alle hoeken en gaten van het gebied berijden, en eenmaal geslaagd had ik de kaart van Nieuw-West daardoor snel in mijn hoofd opgeslagen.

Zo was er een vast straatje voor de gehate keerproef: de Van Gilsestraat in Slotermeer, inmiddels een eenrichtingsstraat, zodat daar nu dus niets meer te keren valt. En de hellingproef verliep steevast in de huidige Willem Schermerhornstraat die toen de oprit was naar de Haarlemmerweg waar toen een viaduct was gepland, dat inmiddels alweer lang weg is ….

Eenmaal in het bezit van een eigen auto viel het mij op hoeveel ruimte en snelheid Nieuw-West aan de automobilist bood: een flink aantal lange en brede wegen doorkruiste het gebied. Eenmaal de vooroorlogse stad uit kon je behoorlijk -en om eerlijk te zijn vaak veel te snel!- uit de voeten.

De Baden Powellweg werd als eerste medio jaren 70 opeens versmald tot twee rijstroken. Ik hoor nóg de verontwaardiging van diverse mensen hierover: “De tuinsteden zijn toch niet voor niets ruim en riant aangelegd?” En … “Hoe moet dat nu met politie, brandweer, ambulance?”

Niet lang daarna zou ook de versmalling van de andere “snelwegen” volgen: Ookmeerweg, Plesmanlaan, Johan Huizingalaan, Oostoever, Troelstralaan, Burg. Röellstraat. Naarmate het gebied steeds voller werd, moest het verkeer    -terecht- steeds verder worden beteugeld ….

Lange, brede wegen doorkruisten Nieuw-West, zoals hier de Baden Powellweg gezien vanaf de Ookmeerweg (1967), waar nu een rotonde ligt. Foto: Stadsarchief Amsterdam

 

Nu ik het tóch over het verkeer in Nieuw-West heb, wil ik een aantal merkwaardige ontwikkelingen aanstippen. Op nogal wat plekken in Nieuw-West kon je duidelijk zien dat de stad nog lang niet af was: open plekken, dijklichamen en viaducten die nog op invulling wachtten. Dat een planning soms anders uitpakt hoort erbij, al of niet als gevolg van wat we dan min of meer vergoelijkend “voortschrijdend inzicht” noemen.

Zo lag er al heel lang een ongebruikt wegtracé aan het eind van de Burg. Röellstraat te wachten om met een bocht naar rechts doorgetrokken te worden langs het Lambertus Zijlplein richting Westelijk Havengebied, compleet met een viaduct over de Haarlemmerweg. Het hele tracé is er halverwege jaren 80 daadwerkelijk gekomen, compleet met enorme doorzichtige geluidsschermen langs alle huizenwanden. Wat schetst mijn verbazing toen deze route alweer in 2000 volledig werd ontmanteld en afgegraven en nu met woningen is volgebouwd! Ook het pas gebouwde viaduct over de Haarlemmerweg verdween weer, waarna het kruispunt opnieuw weer gelijkvloers werd zoals voorheen.

Hetzelfde gebeurde met het viaduct over de Dr. H. Colijnstraat dat de twijfelachtige reputatie genoot langer niét dan wél in functie te zijn geweest. Zo zijn er meer van dergelijke “moves” in Nieuw-West aan te wijzen: de Troelstralaan met de Geerban, de niet doorgetrokken Cornelis Lelylaan, en van recente datum de uit het verkeer genomen zuidzijde van het Osdorpplein.

De verlengde Burg. Röellstraat (rechtsonder), eind jaren 80 aangelegd met een bocht langs het Lambertus Zijlplein over de Haarlemmerweg richting Westelijk Havengebied (boven), werd in 2000 alweer helemaal afgegraven voor woningbouw. Foto: Stadsarchief Amsterdam

 

Al deze “heroverwegingen” zijn terug te voeren op de wens om meer woningen te realiseren en de doorgaande autoroutes te weren. Verdichting is immers een hot item in Nieuw-West.

Steeds komt dan weer de vraag op in hoeverre de oorspronkelijke bedoeling van het ontwerp van Van Eesteren geweld wordt aangedaan. Op sommige plekken nadert de verdichting die van de oude stad, waardoor de ruimtelijke principes die zo kenmerkend zijn voor Nieuw-West de nek zijn omgedraaid. Ik noem dan met name de Pieter Calandlaan tussen Wolbrantskerkweg en Baden Powellweg. Vergelijk dit straatbeeld van nu eens met de foto’s van toen die op de Beeldbank van het Stadsarchief te zien zijn: een verdichting die haaks staat op de gedachte van Van Eesteren ….

Toen mijn vrouw en ik op zoek waren naar een huis, bleek Nieuw-West waarmee ik vanuit Zuid zoetjesaan een band had opgebouwd steeds meer te trekken. Maar dan vooral de (rafel)rand daarvan, dáár waar Nieuw-West zich nog liet zien in zijn historische en landelijke ongereptheid.

Onze keus viel dan ook op een nieuwbouwkavel aan de Osdorperweg waar toen nog een vervallen boerenhoeve stond die blijkens het kadaster in zijn nadagen was opgedeeld in vijf woningen. Vanuit het dichtbevolkte Zuid naar het platteland, het “Verre Westen” van destijds: sloten om de tuin, grenzend aan een weiland, en … wat een luxe opeens: parkeren op eigen erf!

Foto: Stadsarchief Amsterdam                                                                                                               Foto: Privécollectie

 

“Ja, ook dit is nog steeds Amsterdam”, kregen onze bezoekers steevast van ons te horen, als ze onze nieuwe stek eenmaal hadden weten te vinden. “En de A5, de Westrandweg, is dat geen afknapper?” Luister zelf maar, want als er één snelweg is die je niet hoort, is het de A5. Het Fluisterbos ernaast, vlakbij ons in de Tuinen van West, kan er over meepraten, tenminste zolang er geen vliegtuigen opstijgen vanaf de Zwanenburgbaan ….

Foto: Privécollectie